De boer als beheerder

Niet alleen in de Achterhoek, maar ook in dit aangrenzende zuidoostelijke deel van Gelderland geldt het trotse adagium ‘De boer is troef.’ Maar de kaarten lijken voor veel van de traditioneel opererende boeren het laatste decennium - als gevolg van veeziektes, een vermeende milieubelastende bedrijfsvoering en andere, veelal Den Haagse plagen - opnieuw geschud te zijn. Is daarmee de rol van de boer in gebieden als bijvoorbeeld de Gelderse Poort uitgespeeld? Niet als het aan boeren als Zeger Stappershoef ligt. Iemand die verder kijkt dan zijn eigen afrastering, en als secretaris van de mede door hem opgerichte Vereniging Landschapsbeheer De Ploegdriever een brug wil slaan tussen natuurbeschermers en boeren.

Misschien - wij hopen het voor u - dat op het moment dat u dit leest de mussen van het dak vallen. Maar in de serreachtige keuken van Zeger en Marijtje zien we - aan de eettafel gezeten - door de ramen heen een bonte specht met een rode buik als een Kerstman, ondersteboven aan een vetbolletje hangen. En tot viermaal toe vliegt er een spreeuw van de bijna kaalgevreten druivenstruik op, om vervolgens, verblind of gedesoriënteerd door de sneeuw, met een doffe klap tegen de ramen te vliegen. Het interview heeft juist op de eerste dag plaats dat Koning Winter met werkelijk ongekend straffe hand over al z’n buitengewesten regeert. Wat ons leert dat ook in het winters seizoen de Gelderse Poort absoluut de moeite waard is.

Het winterlandschap lijkt op een zeventiende eeuwse ets van een Hollandse meester, een echte Avercamp. Spinnend van genot glibberde onze ouwe Saab op de heenweg trefzeker over de kronkelige dijk en de veeroosters. Met aan weerskanten witte steppes en berijpte wilgen en rietkragen, en boven ons kolganzen, gakkend in V-formatie in de vuilig-geelgrijze, van sneeuw zwangere lucht, zochten we onze weg. Naar de sprookjesachtig bepoederde boerderij van Stappershoef aan de Kerkdijk nabij Erlecom.

Voor het nageslacht
Het is een schitterend gezicht, de Ooijpolder in hartje winter. Maar dat het er in het voorjaar en zomerse hoogseizoen haast nóg mooier uitziet, is voor een niet onbelangrijk deel te danken aan de boeren die zich in enkele gevallen zelfs tot professionele landschapsbeheerders hebben ontwikkeld. Zoals Zeger. ‘Al vergeten mensen wel eens dat ik voor 80 of 90% toch vooral met m’n melkveebedrijf bezig ben. We hebben nu zo’n 90 stuks vee, waarvan 50 melkkoeien.’

‘Eigenlijk was ik stiekem een beetje aan het afbouwen, maar dat gaat nou niet’, vertelt Zeger met iets van een geheimzinnige glimlach om z’n mondhoeken en een glimmertje in z’n ogen. ‘Want zopas vertelde onze zoon Pieter die voor het leger in Irak en Afghanistan heeft gezeten en gisteren afzwaaide, dat hij toch maar besloten heeft de boerderij over te nemen. Dat was toch wel een hele verrassing.’

Boer Zoekt Wouw
Een programma met als titel ‘Boer Zoekt Wouw’, zou aan Zeger Stappershoef niet besteed zijn. Hij is namelijk geen vogelaar, heeft nog nooit een rode of zwarte uitvoering van deze betrekkelijk zeldzame sperwerachtige gespot, en loopt zelfs liever niet met biologen over het land. ‘Ik ben meer een landschapsmens, mij gaat het om het totaalplaatje. Een bioloog heeft vaak een heel andere blik en kan uren bij een paar plantjes, mossen, of muggenlarven stilstaan. Daar heb ik eerlijk gezegd geen geduld voor.’

‘Natuur is onze etalage’
Maar een natuurliefhebber is Zeger zeker wel. ‘Ik ben hier opgegroeid, ik heb er kijk op en ik heb er oog voor. Dit is een prachtige streek, waarin ook plaats moet blijven voor boeren. En wij als boeren zouden het op ons moeten nemen om dit landschap te beheren. Omdat het onze eigen omgeving is, en we er ook zelf van kunnen genieten. Omdat we van ons bedrijf een stukje etalage moeten maken en van dat onterecht negatieve imago als onverschillige landschapsbedervers afmoeten. En omdat we er als geen ander verstand van hebben en vaak veel slagvaardiger, flexibeler en kostenefficiënter kunnen opereren dan bestaande professionele diensten voor landschapsonderhoud.  Maar ik vind ook dat de diensten die wij vervolgens op dat gebied leveren, tegen marktconforme prijzen afgenomen dienen te worden. Het gaat hier niet om vrijwilligerswerk. Dát is waar De Ploegdriever, een club die we met een paar boeren en natuurliefhebbers uit de streek hier hebben opgericht, voor staat.’

Knotwilgen tegen de afkalving
Hoe het bij hem begon? ‘Ach, je probeert eens wat. Die wiel daarachter, daar ben ik met rietkragen aan de gang geweest en heb ik maar eens wat wilgentakken rondom in de grond gezet, om afkalving tegen te gaan. Je onderhoudt de meidoornhagen en de sloten. En je praat eens wat met van die biologen en landschapsmensen. Als je overal hagen om je percelen zet, vormen die hagen een soort beschuttende infrastructuur voor bloempjes, beestjes, vogels en insecten. Het betekent wel dat je dan de strook langs zo’n haag voor akkerbouw of als weidegebied kwijt bent. Vandaar ook dat je daar een subsidie of vergoeding voor zou moeten krijgen.’

Balen vol bloemen
‘Maar goed, wat doe je dán met die strook rondom? Op een gegeven moment ben ik maar eens wat gaan uitproberen. Toen de dijkkanten vol bloemen stonden, ben ik die gaan maaien. Normaal maai je dan, laat je de boel een tijd liggen en schud je het hooi vervolgens. Nu ben ik met een ronde balenpers direct over het nog ongeschudde, groene maaisel gegaan en heb ik die verse balen vol zaden enzo daarna meteen over die braakliggende stroken langs m’n hagen weer uitgerold. Bleek goed te werken. Had ik schik van. En zo word je door gewoon te doen en ervaringen met collega-boeren, biologen en beheerders uit te wisselen, steeds wijzer en behendiger op dat gebied.’

 

meerovergldpoort.jpg

Nationaal Landschap De Gelderse Poort

geldersepoort.jpg

Toeristische informatie de Gelderse Poort

Toeristische informatie over de Gelderse Poort?

icon_twitter.png Volg ons op Twitter
facebook.png Volg ons op Facebook
youtube.png Bekijk onze videos op YouTube

bezoekdemobielewebsite.jpg

bekijkdeagenda.jpg

Logo Gelederse Poort web