Dit evenement valt in het verleden. Ga naar de actuele evenementen.
Start: zondag 18 apr 2010
Eind: zondag 18 apr 2010
| adres:: |
Velperweg 147 |
| Plaats: |
Arnhem |
Volksuniversiteit Arnhem - Gamelan ontmoet wajang
Gamelanmusicus en sonoloog Jos Janssen - bijgestaan door
de leden van zijn gamelangroep - laat u kennis maken met de
Midden-Javaanse gamelanmuziek, zoals die gebruikt wordt bij het
Javaanse schaduwtoneel, de wayang kulit. De gamelanmuziek wordt
uitgelegd met gebruikmaking van het gamelaninstrumentarium van
museum Bronbeek en de wayang kulit wordt getoond door middel van
video en dvd. Verder komt ook het Javaanse kernbegrip garap
(interpretatie) aan bod.
De gamelanmuziekinstrumenten bestaan grotendeels uit
slaginstrumenten; het Javaanse werkwoord 'gamel' betekent dan ook
'slaan'. In Java gebruikt men tegenwoordig veelvuldig het nieuwere
woord karawitan voor gamelan. Het woord is waarschijnlijk afgeleid
van het woord 'rawit', dat geraffineerd, subtiel betekent. Het
Javaanse woord voor gamelanmusicus is 'niyaga' of
'pengrawit'.
In de Javaanse term karawitan bestaat een muzikaal concept dat
zeer belangrijk is voor een beter begrip van zowel de Javaanse
gamelanmuziek als de wayang kulit. Deze term garap speelt een
centrale rol in de karawitan. Prof. dr. Supanggah (STSI-Solo) geeft
de volgende definitie: 'Garap houdt zich bezig met het domein van
de creatie, de interpretatie, het zorgen voor de inspiratie en de
verbeelding.' De Javaanse kunstenaar bezit echter een grote mate
van vrijheid binnen deze garap (niet te verwarren met
improvisatie).
Het schimmenspel, de wayang kulit, kan zeer verhelderend zijn voor
de term interpretatie (garap) en de vrijheid die de kunstenaar
geniet: voor hetzelfde verhaal (lakon) kan het effect, de stijl en
de inhoud variëren naar inzicht van de poppenspeler (dhalang) en de
omstandigheden d.w.z. het bijzondere moment of de ambiance. Voor
één enkel verhaal kan iedere poppenspeler aldus verschillende
'garap' of 'sanggit' creëren (sanggit is de creativiteit van de
dhalang).
Hij kan o.a. het volgende variëren:
1. volgorde van de scènes,
2. het accentueren van de karakters van bepaalde personages,
3. de verwikkeling in het verloop van het verhaal,
4. de keuze van de bewegingen van de marionetten (sabet),
5. de begeleidende muziek (gamelan),
6. het ritme van de voorstelling.
De lakon is dan niets anders dan een kader, waarbinnen de
poppenspeler een verhaal kan opbouwen of bewerken volgens zijn
eigen visie en verbeelding.
*********
Sinds jaar en dag organiseert Volksuniversiteit Arnhem samen met
Museum Bronbeek de zogenaamde Indische Middagen, een reeks lezingen
over onderwerpen die alle op een of andere manier met
Nederlands-Indië en het Nederlandse koloniale verleden te maken
hebben.
Alle lezingen vinden plaats in Museum Bronbeek, Velperweg 147 in
Arnhem, steeds op zondagmiddag van 14.00 tot 16.00 uur.
U kunt de lezingen afzonderlijk bijwonen (€ 10,00), maar er is ook
een passe-partout verkrijgbaar voor de gehele reeks Indische
Middagen. U betaalt dan € 44,00 voor alle vijf bijeenkomsten ((om
in te schrijven voor de passe-partout: klik op terug en kies voor
Indische middagen, passe-partout).
Kijk voor meer info op www.volksuniversiteit.nl/arnhem