Historie Doesburg

Historie Doesburg

Wie over de IJsselbrug komt en de stad binnen rijdt, denkt even dat de tijd hier stil heeft gestaan. Weinig steden in ons land zijn zo gaaf bewaard gebleven als deze oude Hanzestad. Het middeleeuwse stratenpatroon is nog volledig intact. Bovendien telt de binnenstad 150 beschermde monumenten. Zij getuigen van de rijke historie van Doesburg, dat al in 1237 stadsrechten kreeg, zo’n 60 jaar eerder dan Amsterdam! En daar is men trots op in Doesburg.  

Beschermd stadsgezicht
Doesburg kent een groot aantal monumenten en beeldbepalende panden, die er voor gezorgd hebben dat de binnenstad in 1974 als beschermd stadsgezicht is aangewezen. Vooral de laatste jaren is gebleken dat de monumentale binnenstad, waarop Doesburg met recht trots kan zijn, een economische factor van belang is geworden. Doesburg, drielandenpunt op de grenzen van Achterhoek, Veluwe en Liemers, geniet grote bekendheid, door zijn prachtig gerestaureerde historische binnenstad. Een binnenstad, die als gevolg daarvan zelfs diverse malen mocht fungeren als decor voor bioscoopfilms.

De Grote of Martinikerk 
De Grote of Martinikerk toornt hoog boven Doesburg uit.  De toren is circa 95 meter hoog en is volgens de laatste metingen de zesde in nederland. Gedurende de eeuwen zijn kerk en toren vele malen door blikseminslag, brand, instorting en oorlogsgeweld zwaar beschadigd geworden. De zwaarste ramp trof de kerk op 15 april 1945, toen de zich terugtrekkende Duitse bezetting de toren opbliezen, evenals de molen en de watertoren. De kerktoren viel op het schip van de kerk en het hele gebouw werd een ruïne. Bij de restauratie is één van de gietijzeren ramen in het koor verwerkt in de herbouw. Dit als hommage aan de gieterij-industrie in Doesburg en langs de Oude IJssel. In geen enkele kerk in ons land komt een gietijzeren raam voor van zo’n grote afmeting. |
In de kerk worden van mei t/m september exposities georganiseerd. In deze periode is de kerk te bezichtigen op maandag t/m zaterdag van 14.00 - 17.00 uur. Er is altijd iemand aanwezig om over de geschiedenis te vertellen.

Gasthuiskerk en Gasthuishofje
De Gasthuiskerk dateert uit de middeleeuwen. Het werd niet als kerk gebouwd, maar eerst als hospitaal of gasthuis gebruikt voor opvang van arme mensen en zieke reizigers. Pas later (1489) werd het als Rooms-Katholiek godshuis in gebruik genomen met een hoofdaltaar dat gewijd was aan de heilige Antonius. Vandaar dat de kerk tegenwoordig ook Antoniuskapel heet.

Het Gasthuishofje maakt deel uit van het hospitaal of Gasthuis waartoe ook de Gasthuiskerk behoort. Het hofje wordt omringd door provenierswoningen (preuve = dagelijkse voedseluitdeling). Later werden niet alleen behoeftige oude-van-dagen hier opgenomen, maar ook meer vermogende personen verwierven er zich tegen betaling graag een plaatsje, zodat zij van een goede verzorging verzekerd waren.

Vestingstad 
Op 19 september 1237 verleende Graaf Otto II, graaf van Gelre en Zutphen, verschillende rechten en vrijheden aan de bewoners van het oppidum Doesburg. Nadat Doesburg in 1343 toestemming had gekregen tot een stadsuitleg, werd het in zuidoostelijke richting uitgebreid met een groot gebied. De vergrote stad werd beschermd door een muur met zo'n 13 muurtorens en waakhuizen. Op tenminste vijf plaatsen werd de muur doorsneden door afsluitbare stadspoorten. Op kwetsbare punten kwamen bolwerken te liggen en in de 16e eeuw werden een aantal torens versterkt met een rondeel. Deze stenen ommuringen werd ontmanteld door de Fransen in 1672. 

In de 17e eeuw ontving de bekende vestingbouwer Menno baron van Coehoorn de opdracht een nieuwe vesting te bouwen. Bijna 30 jaar is er aan de voltooiing gewerkt. De vestingwerken staan nu bekend onder de naam Hoge en Lage Linie of door de Doesburgers genoemd “Batterijen”. Deze wallen zijn er de oorzaak van geweest dat Doesburg, dat tot 1923 officieel vesting gebleven is, zich niet kon uitbreiden.

De Vestingwerken
Stadhouder Prins Maurits bezocht rond 1600 meermalen de stad. Hij was overtuigd van het grote strategische belang ervan en hij wenste Doesburg tot een sterke grensvesting te maken. In 1606 werd een begin gemaakt met het uitvoeren van zijn plannen. De vesting zoals Prins Maurits liet aanleggen heeft nauwelijks driekwart eeuw dienst gedaan. Toen de Fransen in 1672, onder persoonlijke leiding van Koning Lodewijk XIV, de stad bezetten, betekende dat tevens het einde van de toenmalige vestingwerken.

Op 4 februari 1673 liet de bezetter de boeren uit de wijde omtrek oproepen om deze met spade en houweel te slechten. Niet alleen de wallen maar ook de poorten moesten het ontgelden. Toen Menno van Coehoorn, directeur der fortificatiën, begin 1698 het IJsselfrontier inspecteerde, toonde hij zich verrast dat Doesburg zoveel mogelijkheden bood om tot een sterke grensvesting te maken en in 1701 werd met het werk begonnen wat bijna 30 jaar heeft geduurd.

De vestingwerken staan nu bekend onder de naam "Hoge en Lage Linie". (Door de Doesburgers worden ze "de Batterijen" genoemd). In 1923 is de vestingstatus opgeheven en later werden de wallen tot beschermd natuurgebied verklaard. De Hoge Linie ligt aan de rand van de bebouwde kom en is een reservaat. Hier mag men alleen onder leiding van een boswachter komen. De Lage Linie ligt door de bebouwde kom heen en is opengesteld voor het publiek.

Bij VVV Doesburg is de 'Menno van Coehoorn wandeling' te koop, een interessante wandeling die door een deel van de vestingwerken voert en tevens ook langs de IJssel en het nieuw verrezen IJsselkade project.